| Konijneninformatie | Dierenkliniek Ter
Gouwe Ooitas 5, 4617LT, |
Op deze pagina bespreken we enkel belangrijke zaken die iedereen die konijnen houdt eigenlijk zou moeten weten. Tevens worden enkele veel voorkomende ziekteproblemen besproken
De volgende onderwerpen betreffende konijnen komen aan de orde:
Huisvesting en verzorging
Voeding
Castratie
Sterilisatie
Ziekten bij konijnen:
-infectieziekten (viraal en parasitair)
-maagdarmproblemen
-gebitsproblemen
Belangrijkste preventieve maatregelen
Een konijnenhok moet uiteraard voldoende ruim zijn en passen bij de grootte van het konijn. Extra beweging kunt u het konijn geven door het dagelijks een tijdje onder toezicht in de kamer (of een omheinde tuin) los te laten. Let op dat het konijn dan nergens aan gaat knagen (elektriciteitsdraden!). Een konijn zal normaal gesproken 1 hoek van z'n hok gebruiken als kothoek: daar wordt dan alle urine geloosd en worden de meeste keutels geproduceerd.
Deze eigenschap maakt het mogelijk om met name jonge konijnen te trainen op het gebruik van een kattenbak, wat handig is als ze erg vaak los lopen.
De bodem van het hok moet bedekt zijn met een voldoende dikke laag strooisel: stro, hooi. Deze laag moet voldoende dik zijn om de urine te absorberen en om drukplekken op de hakken te voorkomen. Zaagsel van naaldbomen bevat giftige stoffen en is daarom absoluut niet geschikt!
Zaagsel van andere boomsoorten kan eventueel wel gebruikt worden.
Het hok moet ongeveer 2x per week geheel verschoond worden: vervang het strooisel en maak het hok schoon.
Zorg dat het hok niet op de tocht staat. Voor een buitenverblijf geldt dat uiteraard ook, maar deze moet ook niet in de volle zon staan, konijnen kunnen niet goed tegen hitte. Tevens moet een buitenverblijf een afgeschermd deel hebben met veel strooisel waar het konijn zich in kan terugtrekken als het koud is. Een konijn dat eraan gewend is kan in een goed buitenverblijf het hele jaar door buiten blijven.
Een andere mogelijkheid is een "konijnenberg": een afgeschermd stuk tuin met gaas tot 1 meter diep waarin meerdere konijnen wonen in zelfgegraven holen. Dit is de meest natuurlijke manier van huisvesten, maar deze konijnen worden vaak niet zo tam.Zorg altijd voor vers drinkwater en ververs dit elke dag. Een drinkfles is hygiënischer dan een bakje.
Benader konijnen rustig als je ze wil oppakken. Een konijn is een "prooidier" van nature, en daardoor stressgevoelig en schrikachtig.
Ondersteun bij het oppakken ook de achterpoten, dit om te voorkomen dat ze bij eventueel tegenspartelen zichzelf kunnen bezeren.
Dit is belangrijk omdat konijnen een relatief licht (en dus kwetsbaar) skelet hebben, en erg sterke achterpoten. Met tegenspartelen kunnen ze zelfs hun rug breken.Konijnen kunnen drager zijn van een voor cavia's gevaarlijke bacterie. Om deze reden kunnen ze beter niet samen gehouden worden.
Ziekteproblemen kunnen een klein dier als een konijn zeer snel in conditie doen verslechteren. Zo is een dag vasten al erg lang voor een konijn, want de darmen gaan dan stilliggen, waardoor de algehele toestand snel zal verslechteren.
Wij adviseren daarom om goed op te letten of het konijn wel elke dag eet. 1 dag niet eten is al reden om de dierenarts te gaan bezoeken!
Daarnaast adviseren wij om het konijn elke week te wegen. Noteer dit gewicht, en bezoek uw dierenarts bij duidelijk gewichtsverlies. Op deze manier kunt u sneller de langzamer verlopende ziekteproblemen erkennen.
Voeding
Goede voeding is net als voor mensen van groot belang voor een gezond konijn. Helaas gaat het hier nog vaak mis. De meeste maagdarmproblemen en gebitsproblemen die wij in de praktijk tegenkomen worden vaak geheel of deels veroorzaakt door fouten in de voeding.
De basis van een goede konijnenvoeding is hooi. Dit bevat alles wat een konijn nodig heeft, o.a. veel vezels die nodig zijn om maag en darmen goed te laten werken, en een konijn moet hier lang op kauwen, wat noodzakelijk is voor een gezond gebit (zie tand- en kiesproblemen).
Veel konijnen eten teveel commercieel konijnenvoer en te weinig hooi, vaak omdat dit voer onbeperkt wordt aangeboden, en omdat de meeste konijnen het smakelijk vinden. Problemen die daardoor kunnen ontstaan zijn:
-onvoldoende slijtage van tanden en kiezen
-gasvorming in maag en of darmen
-diarree
-slechte weerstand tegen met name maagdarminfecties
-slechte algehele conditie/weerstandVoedingsadvies: geef onbeperkt hooi!
Daarnaast mag per dag (afhankelijk van de grootte van het konijn) 1 tot 2 eetlepels konijnenvoer worden gegeven.
Bij ons kunt u een zeer goed konijnenvoer krijgen met extra veel vezels en een optimaal calciumgehalte: Supreme Science Selective Rabbit
Naast het hooi en de beperkte hoeveelheid konijnenvoer kunt u nog wat vers groenvoer geven. Geschikt zijn wortel, andijvie, witlof, gras, paardebloem, weegbree, stukjes fruit. Geef dit met mate, de basis van konijnenvoeding is en blijft goed hooi.Geef geen knaagstenen aan uw konijn. Deze bevatten teveel calcium wat kan leiden tot blaasgruis en blaasstenen. Hooi en het eerder genoemde konijnenvoer bevatten voldoende calcium voor een sterk skelet. Eventueel kunt u een stuk knaaghout (uit de dierenwinkel) in het hok aanbieden.
Konijnen produceren 2 soorten ontlasting: harde droge keutels, en zachte donkergekleurde keutels. De zachte keutels worden normaliter door het konijn direct opgegeten, dit noemt men "caecotrofie".
Door middel van deze recycling haalt een konijn extra voedingsstoffen uit de voeding: eiwitten en met name enkele vitaminen.
Slechte voeding (met name onvoldoende vezels) leidt er vaak toe dat de zachte ontlasting afwijkt van smaak en/of consistentie, waardoor het konijn het niet of onvoldoende opeet. De zogenaamde "plakpoep" is het gevolg: het hele gebied rondom de anus zit dan vaak volgeplakt met ontlasting.
(En het konijn mist belangrijke voedingsstoffen en vitaminen)
Castratie van het mannelijk konijn (rammelaar) heeft meerdere voordelen:
-Volwassen rammelaars kunnen evenals voedsters territoriaal gedrag vertonen wat zich uit in agressie en eventueel sproeien. Bij sproeien wordt er met urine het territorium afgebakend, wat uiteraard niet gewenst is als het konijn losloopt.
De agressie richt zich vooral op andere rammelaars (ook nestgenoten!), en is erop gericht om te bepalen wie de baas is in het territorium. Deze gevechten kunnen behoorlijk heftig zijn.
Dit gedrag ontstaat in de "pubertijd", vanaf de leeftijd van 3 maanden.
Indien u 2 jonge rammelaars samen wil huisvesten, dan moet u ze na de leeftijd van 3 maanden scheiden d.m.v. gaas. Ze kunnen elkaar dan wel blijven zien, horen en ruiken, dus ze vervreemden niet van elkaar. Vervolgens kunnen ze met 4-6 maanden gecastreerd worden, en een paar weken na de operatie mogen ze weer samen.Indien u een jonge rammelaar en een voedster samen wil huisvesten (en u wilt geen nestje), dan moeten ze ook vanaf 3 maanden d.m.v. gaas gescheiden worden. Castratie ven de rammelaar kan dan met 4-6 maanden, en van de voedster vanaf 6 maanden tot 2 jaar.
NB: u moet na castratie van de rammelaar nog 2 weken wachten voordat u hem bij een niet gecastreerde voedster zet, want rammelaars zijn na de operatie nog een tijdje vruchtbaar!-Gecastreerde rammelaars zijn makkelijker zindelijk te maken.
Sterilisatie (van een vrouwelijk konijn) betekent eigenlijk: het afbinden van de eileiders opdat het dier onvruchtbaar wordt. Feitelijk worden deze dieren gecastreerd: de eierstokken worden weggehaald, en eventueel ook de baarmoeder.
Hierover is wat verwarring ontstaan omdat men de castratie van vrouwelijke dieren sterilisatie is gaan noemen, wat het dus feitelijk niet is.
Er zijn zeer goede redenen om vrouwelijke konijnen (voedsters), indien u geen nestje wil fokken, te castreren:
-Ten eerste omdat gebleken is dat er een hoog risico is op baarmoederkanker. Dit kan al na het 2e levensjaar, en dit risico loopt gedurende het leven omhoog tot 75% op de leeftijd van 6 tot 7 jaar!
Wij adviseren daarom om voedsters te laten castreren tussen 6 maanden en 2 jaar. Oudere dieren kunnen uiteraard ook nog gecastreerd worden, maar als er al baarmoederkanker aanwezig is dan bestaat de kans ook dat dit al uitgezaaid is. Op jongere leeftijd heeft dus duidelijk de voorkeur.-Daarnaast heeft castratie een positief effect op het gedrag. Niet gecastreerde voedsters vertonen vaak territoriaal gedrag: hierbij kunnen ze agressief zijn ten opzichte van andere konijnen en ten opzichte van mensen, en ze kunnen net als rammelaars sproeien.
-Gecastreerde voedsters zijn gemakkelijker zindelijk te maken.
Elke operatie heeft natuurlijk een risico, met name ten gevolge van de narcose. Dit risico is wat groter bij deze kleine dieren dan bij honden en katten. In onze kliniek hebben we ruime ervaring met operaties bij konijnen. Zo gebruiken wij een vrij veilige anesthesie, letten wij er onder andere op dat geopereerde konijnen tijdens de recovery goed warm gehouden worden, en zorgen voor een adequate pijnbestrijding.
Dat laatste is van groot belang omdat een konijn binnen 12 tot 24 uur na de operatie weer moet eten.
Ook mag een konijn absoluut niet vasten voor de operatie.
Virusziekten
Bij konijnen komen 2 belangrijke virusziekten voor: myxomatose en viral haemorragic disease (VHS). Beide ziekten worden door stekende insecten overgebracht zoals muggen en vlooien. Hierdoor kunnen konijnen die binnen zitten het ook krijgen.
De ziektebeelden variëren nogal, maar verlopen vrijwel altijd dodelijk bij beide infecties.
Wild konijn met myxomatose
Gelukkig kunnen konijnen gevaccineerd worden tegen deze 2 ziektes, waardoor het risico op deze ziektes zeer sterk verkleind kan worden.
Wij adviseren om op de leeftijd van 6 weken de eerste vaccinatie te doen, en voor een optimale bescherming een boostervaccinatie (herhalingsvaccinatie) 6 weken later. Daarna moeten beide vaccinaties elk half jaar gegeven worden.In onze kliniek maken wij gebruik van konijnenentingsacties. Er worden dan veel konijnen tegelijk gevaccineerd, en daardoor kunnen wij dit een stuk goedkoper aanbieden dan "losse" vaccinaties. Deze acties doen we 2x per jaar op strategische momenten: maart en september. Uw konijn heeft dan de beste weerstand in de gevaarlijkste periodes.
Indien de 1e enting van een jong konijn niet tijdens een entingsactie valt, dan kijken wij altijd hoe uw konijn zo snel mogelijk met de entingsactie mee kan laten lopen. U krijgt dan t.z.t. een mailing hierover in de bus.
Parasitaire ziekten
Coccidiose is een ziekte die bij konijnen de darmen en lever aantast, met als voornaamste klachten diarree, vermageren en zelfs sterfte. De eieren van deze parasiet (coccidiën) zitten in de ontlasting. Een konijn kan zich hiermee besmetten via contact met besmet voedsel of via contact met de besmette grond gevolgd door oplikken tijdens vachtverzorging.
De diagnose kan d.m.v ontlastingonderzoek, maar omdat de uitscheiding van coccidiën niet continue is, is het nog al eens noodzakelijk om dit onderzoek te herhalen om de diagnose te bevestigen.
Als het dier nog niet ernstig ziek is dan is het goed te behandelen met medicijnen.
Encephalitozoon Cuniculi is een parasiet die op meerdere plaatsen in het lichaam problemen kan geven, maar doet dit vooral in nieren ,hersenen en soms ogen. Symptomen die kunnen ontstaan zijn:
-verminderde nierfunctie, met als klachten beeld veel drinken/plassen en vermageren.
-hersenverschijnselen: kop scheef houden, verlammingen, evenwichtsstoornissen, trillen, incontinentie.
-oogproblemen: ontsteking in het oog, troebeling ooglens.
De diagnose is erg lastig want er is geen betrouwbare test voor deze parasiet. Er bestaat ook medicatie voor deze ziekte, maar het effect daarvan is sterk afhankelijk van het ziektestadium en de weerstand van het konijn.Wormen geven bij konijnen geen ernstige ziekteproblemen. Indien een worminfectie is geconstateerd d.m.v. ontlastingonderzoek dan wordt dit wel behandeld omdat elke infectie de algehele weerstand aantast.
Vlooien, luizen en vachtmijten kunnen huidproblemen geven: jeuk, onrust, schilferige huid. Deze parasieten zijn goed te behandelen met daarvoor geschikte antiparasitaire middelen.
Oormijt: deze mijt veroorzaakt oorontsteking, met als klachten jeuk en krabben aan de oren, en de vorming van schilferige korsten in de oorschelp. Indien de infectie niet behandeld wordt kan het zich uitbreiden tot een middenoorontsteking, wat leidt tot evenwichtsstoornissen (scheve kopstand).
Diarree: meestal is de oorzaak slechte voeding, met name te kort aan vezels (hooi), teveel konijnenvoer, in combinatie met teveel vers groenvoer of verkeerd groenvoer. Onvoldoende vezels leidt tot onvoldoende darmmotiliteit (beweging), en dat kan leiden tot bacteriële overgroei: er ontstaat een ongezonde darmflora met diarree en slechte weerstand tot gevolg. Ook infectieziekten als coccidiose kunnen diarree veroorzaken.
Maagdarmatonie: dit betekend dat maag en darmen te weinig of niet meer bewegen. De maag zit dan al snel vol met voedsel, haren en maagsappen, en dat wordt vaak een "haarbal" genoemd. De haarbal is echter gevolg en niet de oorzaak. Oorzaak is onvoldoende vezels in de voeding, die zijn nodig om de normale maagdarmbewegingen te stimuleren. Maagdarmatonie kan ook leiden tot een sterke gasophoping in maag en/of darmen.
Het konijn stopt met eten en zal snel zieker en slomer worden. Dit is een probleem dat snel en intensief behandeld moet worden met o.a. dwangvoeding en medicatie om de darmen weer aan de gang te krijgen.
Konijnen hebben snijtanden en kiezen die het hele leven door blijven groeien.
Het komt regelmatig voor dat snijtanden door een aangeboren of verkregen standsafwijking elkaar niet goed raken en doorgroeien. Aangezien deze tanden wel 2mm per week groeien leidt dit snel tot problemen met eten.
De te lange snijtanden kunnen zonder narcose afgeslepen worden. Afknippen leidt gemakkelijk tot pijnlijke tandfracturen. Het afslijpen moet wel regelmatig gebeuren gezien de snelle groei van de tanden. Een blijvende oplossing is het onder narcose laten verwijderen van de snijtanden.
![]()
Een konijn met te lange snijtanden.
Kiezen moeten ook slijten door het dagelijks langdurig kauwen op de voeding. Indien een konijn veel konijnenvoer en weinig hooi eet dan heeft hij snel aan zijn calorieënbehoefte voldaan (konijnenvoer is veel calorieënrijker dan hooi). Gevolg is te weinig afslijten van de kiezen, welke dan te lang worden. Te lange kiezen kunnen elkaar soms niet optimaal raken, waardoor er langs de randen van die kiezen scherpe punten (haken) ontstaan. Deze haken prikken in wang en/of tong: het konijn zal stoppen met eten en kan ook gaan speekselen, waardoor de bek en kin nat worden.
Ook standsafwijkingen, bijvoorbeeld door onvoldoende calcium in de voeding leidende tot verzwakking van het kaakbot, of aangeboren, leidt tot deze pijnlijke haakvorming aan de kiezen. Behalve stoppen met eten kunnen kiesproblemen tot diverse andere klachten leiden:
-slechte eten en vermageren
-eten van onvoldoende ruwvezels met maagdarmklachten als gevolg
-abcessen aan de kaak uitgaande van kieswortelontstekingen. Deze zijn zeer lastig om te behandelen.
-ontstekingen aan de ogen door obstructie van het traankanaal
In onze praktijk behandelen we alleen de zeer ernstige gebitsafwijkingen onder narcose. Wij hebben ruime ervaring in het zonder narcose behandelen van deze kiesafwijkingen: het verwijderen van haken en inkorten van te lange kiezen. Aangezien het probleem vaak weer terugkomt (soms al na 1 maand!) willen wij de konijnen niet te vaak met een algehele narcose belasten.
Belangrijkste preventieve maatregelen.
Gebitsproblemen en maagdarmproblemen zijn de meest voorkomende klachten die wij bij konijnen tegenkomen.
Uit het bovenstaande verhaal kunt u concluderen dat de belangrijkste maatregelen die u kunt nemen om uw konijn lang gezond te houden zijn:
*zorg voor een goede voeding
*let op dat uw konijn elke dag eet, en bezoek uw dierenarts direct indien dit niet het geval is
*weeg uw konijn elke week, noteer dit, en bezoek uw dierenarts bij duidelijke gewichtsafname
*laat uw konijn 2x per jaar vaccineren tegen myxomatose en VHS
*laat voedsters (indien u niet wilt fokken) voor de 2 jaar steriliseren i.v.m. het erg hoge risico op baarmoederkanker!