Suikerziekte

terug naar de homepage

Dierenkliniek Ter Gouwe Ooitas 5, 4617LT,
Bergen op Zoom,
0164-237621


Suikerziekte algemeen (geldt voor hond en kat)
Behandeling suikerziekte hond
Behandeling suikerziekte kat

SUIKERZIEKTE BIJ HOND EN KAT

Wat is suikerziekte?

Bij suikerziekte is er sprake van een verhoogd bloedglucose (=bloedsuiker) door een stofwisselingsstoornis.
Oorzaak is het onvoldoende aanwezig zijn van het hormoon insuline, wat geproduceerd wordt in de alvleesklier (=pancreas). Dit hormoon zorgt ervoor dat bloedglucose vanuit het bloed opgenomen kan worden in de lichaamscellen. Een tekort van dit hormoon leidt dan tot een verhoogde bloedglucosespiegel, en een glucosetekort in de lichaamscellen.
Een tekort aan insuline kan ontstaan als de alvleesklier onvoldoende insuline produceert (absoluut tekort), of als de lichaamscellen niet goed reageren op insuline (relatief tekort), wat kan ontstaan als er teveel hormonen aanwezig zijn die de werking van insuline tegengaan.

De verschijnselen van suikerziekte.

AIs er teveel glucose in het bloed aanwezig is, zal de nier glucose aan de urine af gaan geven (de nierdrempel wordt overschreden). De glucose in de urine trekt extra vocht met zich mee waardoor dieren meer gaan plassen en als gevolg daarvan meer gaan drinken. Via de glucose die verloren gaat in de urine wordt veel energie verloren, wat de patiënt aan zal vullen door meer te gaan eten. Ondanks de toegenomen eetlust zal de patiënt vermageren.
De belangrijkste verschijnselen zijn dus:

  1. veel drinken
2. veel plassen
3. toegenomen eetlust (in eerste instantie)
4. vermageren
5. algeheel ziek zijn en braken (later stadium)
 

De diagnose

De symptomen zijn niet specifiek voor suikerziekte, en daarom moet bloedonderzoek de diagnose bevestigen en andere ziekteproblemen uitsluiten.

Behandeling van suikerziekte.

Mogelijke oorzaken wegnemen.

Tijdens de cyclus bij teven wordt door de eierstokken het hormoon progesteron afgegeven. Dit hormoon kan de afgifte bevorderen van een hormoon dat een tegengestelde werking heeft aan insuline. Dit is de reden waarom zo snel mogelijk de eierstokken moeten worden weggenomen (=sterilisatie). Als dit in een vroeg stadium van de ziekte gebeurt kan de teef nog genezen van de suikerziekte. Als de suikerziekte al langer aanwezig is dan is de alvleesklier meestal "uitgeput" en komt de insulineproductie niet meer op gang, en is behandeling met insulineinjecties nodig. NB: ook dan is sterilisatie nodig, anders is de teef niet goed te "reguleren".

Bij poezen is sterilisatie niet noodzakelijk. Bovendien zijn de meeste oudere poezen al gesteriliseerd.

Bepaalde medicijnen kunnen de suikerspiegel beïnvloeden. Dieren met suikerziekte mogen daarom geen antiloopsheid-injecties of de "poezenpil" meer gebruiken. Ook medicijnen als prednison en dexamethason, welke vaak gebruikt worden bij allergieën, moeten liever niet meer gebruikt worden.

Te dikke dieren zijn door een veranderde stofwisseling gevoeliger voor het ontstaan van suikerziekte. Ook als de ziekte eenmaal is ontstaan is het verstandig deze dieren te laten afvallen, opdat de insuline-therapie beter aanslaat. Uw dierenarts kan u adviseren over het te volgen dieet.

Insuline.
Het in nederland gebruikte insuline-preparaat heet Caninsuline®.
Insuline moet in de koelkast bewaard worden, moet voor opzuigen in een insulinespuitje omgezwenkt worden, mag NIET stevig geschud worden, NIET verwarmd worden, en NIET bevroren worden.Caninsuline® is een combinatiepreparaat met een snelwerkende vorm van insuline én een insuline die pas na een vertraging zijn werkingspiek heeft.

De behandeling van suikerziekte bij de hond en de kat verschilt, omdat de kat insuline sneller metaboliseert (=verwerkt).

 


Insulinespuitje

 

Behandeling van suikerziekte bij de hond.

Honden krijgen in principe 1xdaags Caninsuline toegediend via een onderhuidse injectie. Het snelwerkende deel van Caninsuline doet de glucosespiegel dan dalen, en daarom moet er direct na de injectie eten gegeven worden. Als de hond niet in orde is kunt u het beste eerst kijken of hij /zij wel wil eten, en dan pas na het eten de insuline injecteren. Als u namelijk insuline geeft en er door een andere ziekte-oorzaak niet gegeten wordt kan de bloedglucosespiegel te sterk dalen. (=hypo-zie verderop in deze tekst)

Na 7½ uur heeft de "trage" insuline zijn werkingspiek (bij de hond), en daarom moet 7 to 8 uur na de injectie de 2e maaltijd volgen. Net hiervoor, dus 6½ tot 7 uur na de injectie is het geschikte tijdstip om bloedglucose te laten controleren, hetzij om een stabiele patiënt te controleren, hetzij om een nieuwe patiënt te reguleren.

De dosering insuline is afhankelijk van de individuele behoefte van de patiënt. Daarom zal de dierenarts in het begin van de behandeling vrij vaak het bloedglucosegehalte moeten controleren, en de insuline-gift daarop moeten aanpassen. Dit wordt reguleren genoemd. Als de optimale dosering gevonden is, zal toch nog geregeld gecontroleerd moeten worden of de patiënt stabiel blijft. De insuline-behoefte kan namelijk veranderen.

Het is in principe mogelijk om met humane bloedglucose-meters zelf de glucose-bepalingen te doen, als de patiënt eenmaal onder begeleiding van een dierenarts gereguleerd is. Dit gaat met teststrips, in een meetapparaatje "glucocard 2", wat u via ons kunt bestellen. Wij kunnen u uiteggen hoe u het moet gebruiken. Voordeel hiervan is dat er vaker gecontroleerd kan worden, zodat de patient beter gereguleerd en gecontroleerd wordt. U kunt de glucose-bepalingen natuurlijk ook gewoon door ons laten doen.

Voeding
Omdat de hoeveelheid insuline is afgestemd op de hoeveelheid glucose die uw dier op een dag nodig heeft, is regelmaat in voeding belangrijk. Daarom is het nodig dat uw dier op vaste tijdstippen, dezelfde hoeveelheid eten krijgt waarvan de samenstelling steeds hetzelfde is.
Richtlijn voor voeding: per dag 10 gram volledig droogvoer (brokken of diner) + 10 gram vlees per kilogram lichaamsgewicht van de hond, waarvan u de helft s'morgens en de andere helft s'middags geeft.
Als uw hond niet wil eten of nuchter moet blijven voor bijvoorbeeld een operatie dan mag slechts een derde deel van de normale insulinedosering worden toegediend.

Beweging
Ook de hoeveelheid beweging (inspanning) dient dagelijks ongeveer gelijk te zijn. AIs een dier ineens veel meer inspanning verricht (lange wandeling, opwinding door bezoek of door spel) verbrandt het ook meer glucose. Dit kan tot gevolg hebben dat het bloedsuikergehalte sterk daalt en een zogenaamde hypoglycemie ontstaat (zie ook: 'te laag bloedsuikergehalte'). Als dit gebeurt moet onmiddellijk glucose (druivensuiker) worden toegediend.

De vooruitzichten
Goed gereguleerde honden met suikerziekte met regelmaat in hun leven voor wat betreft voeding en beweging kunnen een vrijwel normaal leven leiden. De levensverwachting van deze dieren is daarom vrijwel gelijk aan gezonde honden. Belangrijkste complicatie van de behandeling met insuline is de kans op een hypoglycemie (zie hieronder).
Het ontwikkelen van cataract (=staar) welke tot slechtziendheid kan leiden is een vrij frequente complicatie van de ziekte zelf.

Te laag bloedsuikergehalte (hypoglycemie)
De belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van een te laag bloedsuikergehalte zijn:

- Opname van minder voedsel in combinatie met de gebruikelijke insuline-dosering.
- Plotselinge toename van het glucoseverbruik door verhoogde inspanning.
- Een te hoge dosering insuline.
- Een normale dosering insuline, wanneer de behoefte ineens is afgenomen.

Bij een te laag bloedsuikergehalte krijgen de hersenen te weinig brandstof. Dit kan levensbedreigend zijn, en daarom is het belangrijk dat u de verschijnselen herkent. De volgende symptomen kunnen voorkomen:

  - honger
- rusteloosheid
- trillen of rillen
- vreemde bewegingen of vreemd gedrag
- spiertrekkingen
- bewusteloosheid (coma)
 

Als honden na de toediening van insuline gaan slapen en dan heel vast slapen kan dat een aanwijzing zijn voor een laag bloedsuikergehalte.

Wat u in zo'n geval moet doen:
- Direct voedsel geven.
- AIs het dier niet wil eten, dan zo snel mogelijk druivensuiker of een druivensuikeroplossing geven. U geeft hiervan 1 gram druivensuiker per kilogram lichaamsgewicht. De oplossing kunt u voorzichtig in de wangzak gieten, het poeder kunt u op het mondslijmvlies - vooral op en onder de tong - wrijven.
- Zodra herstel optreedt: voedsel geven. Vervolgens het dier gedurende meerdere uren goed in de gaten houden om na te gaan of de verschijnselen opnieuw optreden.
- Het is verstandig om in geval van twijfel en ook wanneer het dier niet reageert op de genoemde maatregelen contact op te nemen met de dierenarts.

Meer informatie:
Voor hondeneigenaren die zich verder willen verdiepen in suikerziekte bij de hond geef ik hier enkele links.

 

Canine Diabetes Mellitus Homepage
Pets with Diabetes Homepage
Diabetes in Dogs

 

 


Behandeling van suikerziekte bij de kat.

Katten krijgen vanwege een kortere werkingsduur van insuline dan bij de hond 2x daags een injectie caninsulin. De injecties moeten 12 uur na elkaar gegeven worden.
De dosering insuline wordt bepaald door de behoefte van de kat en moet net als bij de hond aangepast worden aan de hand van bloedglucosecontroles (reguleren). Daarom moet in het begin van de behandeling frequent bloedglucose gemeten worden. Dit moet 4 uur na de injectie. Als de kat eenmaal gereguleerd is zijn controles veel minder frequent nodig, maar kunnen niet gestopt worden, omdat de behoefte aan insuline kan veranderen (zie ook "honeymoons").

Voeding.
Het is belangrijk dat uw kat dagelijks dezelfde hoeveelheid voeding van dezelfde samenstelling krijgt.
Hoe dit wordt gegeven is afhankelijk van het eetgedrag van de kat. Dieren die de hele dag door kleine beetjes eten (en dus niet ineens hun voerbak leegeten) zijn het gemakkelijkst te behandelen, want u hoeft dan niets te veranderen aan het eetgedrag, mits de kat niet te dik wordt. Als uw kat niet deze eetgewoonten heeft dan moet u 4x per dag eten gaan geven: vlak voor elke insuline-injectie, en 5 uur na elke insuline-injectie. Als dit schema problematisch is dan zijn er via de dierenwinkel voederautomaten te koop met vakjes die op instelbare tijden opengaan.
Als de kat niet wil eten of nuchter moet zijn voor een operatie o.i.d. dan mag slechts een derde deel van de insulinedosering gegeven worden.
Richtlijn voor voeding: per dag 10 gram brokken + 10 gram blikvoer per kilogram lichaamsgewicht, verdeeld over 4 porties. Dieren die lastig te reguleren zijn hebben vaak baat bij een vezelrijk en vetarm dieet, dus een "light"-dieet. Schommelingen in de bloedsuikerspiegel worden dan minder.

Het is in principe mogelijk om met humane bloedglucose-meters zelf de glucose-bepalingen te doen, als de patiënt eenmaal onder begeleiding van een dierenarts gereguleerd is. Dit gaat met teststrips, in een meetapparaatje "glucocard 2", wat via ons te bestellen is. Wij kunnen u uitleggen hoe er mee om te gaan. Voordeel hiervan is dat er vaker gecontroleerd kan worden, zodat de patient beter gereguleerd en gecontroleerd wordt. U kunt de glucose-bepalingen natuurlijk ook gewoon door ons laten doen.

Prognose.
Een goed gereguleerde kat met een regelmatig leefpatroon kan een vrijwel normaal leven leiden, met een normale levensverwachting. Net als bij de hond is een de gevaarlijkste complicatie van de therapie met insuline de kans op hypo's.

Te laag bloedsuikergehalte.
Zie hiervoor de tekst over suikerziekte bij de hond.
(klik hier)

"Honeymoons"
Sommige katten hebben een periode of soms zelf periodes waarin de insulinebehoefte geleidelijk daalt, zodat met gelijkblijvende insuline-therapie de bloedsuikerspiegel daalt en teveel kan dalen (hypo's). De dosering insuline moet dan naar behoefte verminderd worden, en moet soms zelf geheel gestopt worden. De kat lijkt dan genezen, en soms is dit blijvend. In andere gevallen komen na een tijd de symptomen van suikerziekte weer terug en moet de insuline-therapie weer gestart worden. Meer hierover kunt u vinden via de onderstaande links.

Meer informatie:
Over suikerziekte bij de kat zijn veel interessante webpagina's te vinden, zowel nederlandstalige als engelse:

 

Diabetes bij katten
Feline Diabetes
Pets with Diabetes Homepage

 

Terug naar boven

Terug naar de homepage