Wormen-
informatie

terug naar de homepage

Dierenkliniek Ter Gouwe Ooitas 5, 4617LT,
Bergen op Zoom,
0164-237621


Spoelwormen

Bij een redelijk percentage van de honden in Nederland komt de hondenspoelworm voor, Toxocara Canis. De besmettingsgraad is vaak wat hoger bij pups, zogende teven, honden die in groepen samenleven, en honden die veel buiten komen. Huishonden die weinig contact met andere honden hebben en weinig op terrein komen waar veel andere honden komen zijn vaak minder besmet. Volwassen spoelwormen produceren enorm veel spoelwormeieren: wel 200.000 per dag! Deze eieren komen in de omgeving terecht en blijven vele jaren besmettelijk. Hierdoor kunnen relatief weinig dieren al veel spoelwormeieren in het milieu brengen.
Honden worden besmet door opname van spoelwormeiereneieren uit de omgeving, of door opeten van een "tussengastheer" die zelf spoelwormeieren heeft gegeten: muizen, insecten, regenwormen, vogeltjes, etc.
Pups worden al in de baarmoeder besmet via actief geworden larven uit het lichaam van de moeder, zodat eigenlijk alle pups min of meer met een spoelwormbesmetting ter wereld komen. Daarna kan ook nog eens de moedermelk larven bevatten, en kan opname van spoelwormeieren uit de omgeving beginnen. Het is hierom dat pups en zogende teven zeer frequent ontwormd moeten worden.

cyclus spoelwormen

De opgenomen larven en de daaruit ontstane volwassen spoelwormen maken zowel in de hond als in een eventuele tussengastheer en trektocht door diverse organen, waarbij schade aan deze weefsels wordt toegebracht wat kan leiden tot ziekteverschijnselen, vooral bij pups. Volwassen honden hebben meestal geen symptomen van wormbesmetting, en omdat de eieren microscopisch klein zijn ziet u aan de ontlasting ook niets. Deze dieren besmetten echter wel de omgeving, wat een risico inhoudt voor jonge honden en de mens. Bij de hond eindigt de trektocht in de darm als volwassen worm, maar bij de tussengastheer, en de mens kan ook als tussengastheer fungeren, blijven de larven steken in de organen en geven vooral bij kinderen de nodige klachten. Volwassen wormen ontstaan dus niet bij de tussengastheer. Een besmetting geeft een griep-achtig ziektebeeld. Het is gebleken dat bij mensen met aanleg voor asthma na besmetting met spoelwormen eerder asthmaklachten ontstaan. Voor meer informatie over spoelwormproblematiek bij de mens: GGDnet

Regelmatige en consequente ontworming is dus niet alleen van belang voor de hond, maar ook voor de volksgezondheid. Wij adviseren het volgend ontwormingsschema:

Voor de meeste honden en katten is 2x per jaar voldoende.

Honden waarmee gefokt worden en dieren die vaak buiten komen of in groepen leven: minimaal 2x per jaar, maar liefst nog vaker.

Pups op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken, en daarna 1x per 2 maanden totdat ze een half jaar oud zijn. Daarna tenminste 2x per jaar.

Kittens op de leeftijd van 4, 6 en 8 weken, daarna om de 2 maanden tot ze een half jaar zijn, en daarna tenminste 2x per jaar.

Zogende teven en poezen moeten tegelijk met hun pups/kittens ontwormd worden, omdat tijdens dracht en melkgift spoelwormlarven weer actief worden, wat leidt tot volwassen wormen bij de teef/poes en besmetting van de pups/kittens.

Drachtige dieren kunnen ook ontwormd worden, maar doe dit in overleg met uw dierenarts ivm de keuze van het middel en het tijdstip tijdens de dracht.

sectiebeeld: dunne darm vol met spoelwormen Sectiebeeld: dunne darm vol met spoelwormen.

Lintwormen

In nederland maar ook in het buitenland komen lintwormen erg veel voor bij hond en kat. Deze vrij grote wormen leven in de darm en zijn relatief onschadelijk. De eipaketten van de lintworm zien eruit als rijstekorrels, en deze kruipen actief uit de anus, wat tot jeukklachten aldaar kan leiden.

De meest vookomend lintworm bij honden en katten heeft als tussengastheer de vlo. De eieren van de lintworm worden opgegeten door vlooienlarven. Als een hond of kat dan tijdens de vachtverzorging de besmette vlo oplikt krijgt hij de lintworm binnen, die in de darmen blijft en uitgroeit tot een vrij grote worm die veel eieren produceert. Bestrijding van de lintworm bestaat daarom niet alleen uit ontwormingsbehandelingen (zie ontwormingsschema spoelwormen), maar ook uit vlooienbestrijding.
(zie
vlooienbestrijding).
Vooral katten die veel jagen kunnen zich besmetten met andere lintwormsoorten, nml. die soorten die als tussengastheer de prooidieren van de kat heeft.

lintwormen Lintwormen.

Als ontwormingschema tegen lintworm geldt dat meestal 2x per jaar voldoende is, mits de vlooienbestrijding op peil is.
Katten die veel jagen 4x per jaar, evt. kan nog vaker nodig zijn.

Hartwormen

In zuidelijke landen, ongeveer vanaf midden Frankrijk (zie kaartje), komt de laatste tijd steeds vaker besmetting voor door de hartworm, genoemd Dirofilaria Immitis. Deze worm wordt overgebracht door bepaalde muskieten die tijdens de bloedmaaltijd larven van de hartworm in het lichaam van de hond brengen. Deze larven groeien na een paar maanden uit tot volwassen wormen van meer dan 20cm lang, welke zich nestelen in het hart en de longslagaders. De volwassen wormen geven daar ernstige problemen, mn. in de longslagaders, maar produceren ook grote aantallen nieuwe larfjes.

Verspreidingsgebied hartworm.
sectiebeeld: opengesneden hart met volw. hartwormen Sectiebeeld: opengesneden hart met vele volwassen hartwormen.

Behandeling is ingewikkeld, omdat door therapie afgestorven wormen vanuit het hart in de bloedcirculatie komen, waarna ze vast kunnen lopen in kleinere vaten, wat leidt tot gestoorde bloedvoorziening in de betrokken organen. Verder moet de larven op een andere manier behandeld worden dan de volwassen wormen.

Bij de kat kan een andere hartwormsoort een hierop gelijkend ziektebeeld geven.

Omdat de therapie moeilijk en meestal met complicaties verloopt is preventie van groot belang. Als u uw hond of kat meeneemt naar een gebied waar de hartworm voorkomt is een behandeling aan te raden met een middel wat alle door muskietensteken ingebrachte hartwormlarfjes gelijk doodt, want ook al gebruikt u uitwendige bestrijdingsmiddelen, een muskietensteek is nooit helemaal te voorkomen.

Middelen die hiervoor geschikt zijn zijn Stronghold en Milbemax Beide middelen doden eventuele hartwormlarven, maar werken ook tegen spoelwormen. Ze werken niet tegen teken, welke ook en vooral in het buitenland voor de hond gevaarlijke ziekten over kunnen brengen.(zie tekeninformatie)
Stronghold moet eens in de maand gegeven worden gedurende het verblijf in het risicogebied, tot en met tenminste 1 maand na thuiskomst.
Milbemax moet bij een verblijf van 1 tot 28 dagen in het risicogebied op de dag van thuiskomst gegeven worden, en na 1 maand herhaald worden.
Indien er langer dan 28 dagen in het risicogebied wordt gebleven dan moet milbemax op bestemming maandelijks worden gegeven, en een maand na thuiskomst moet dit weer worden herhaald.

Als u ook tegen teken wilt beschermen raden wij aan een combinatie te gebruiken: Stronghold of Program Plus(tegen vlooien en alle wormen)+ Scalibor (tekenband) OF : Frontline of Defendog(tegen vlooien en teken) + Milbemax (alle wormen)
Wij kunnen u adviseren over de meest praktische combinatie voor uw huisdier.

 

Vossenlintworm

De vossenlintworm is een lintworm die in veel delen van de wereld voorkomt. In Nederland komt deze worm voor in Zuid Limburg en Groningen, maar hij komt veel vaker voor in omringende landen zoals Duitsland, Belgie, Frankrijk en Polen. Honden en katten kunnen besmet  worden als ze besmette knaagdieren vangen en opeten, of als ze besmet rauw (rund- of varkens-) vlees eten. De besmetting geeft weinig klachten, eventueel wat diarree, maar het risico zit hem in het gezondheidsrisico voor mensen! De ontlasting van een besmette hond of kat bevat namelijk (veel) lintwormeieren die een zeer ernstig ziektebeeld bij mensen kan veroorzaken.

Het advies voor preventie van deze ziekte is dezelfde als bij hartworm.

    Verspreidingsgebied vossenlintworm

 

Andere wormsoorten, zoals de haakworm en de zweepworm komen vrij weinig voor in Nederland.

Terug naar boven

Terug naar de homepage