Dierenkliniek Ter
Gouwe Ooitas 5, 4617LT, |
| Spoelwormen Bij een redelijk percentage van de
honden in Nederland komt de hondenspoelworm voor,
Toxocara Canis. De besmettingsgraad is vaak wat hoger bij
pups, zogende teven, honden die in groepen samenleven, en
honden die veel buiten komen. Huishonden die weinig
contact met andere honden hebben en weinig op terrein
komen waar veel andere honden komen zijn vaak minder
besmet. Volwassen spoelwormen produceren enorm veel
spoelwormeieren: wel 200.000 per dag! Deze eieren komen
in de omgeving terecht en blijven vele jaren
besmettelijk. Hierdoor kunnen relatief weinig dieren al
veel spoelwormeieren in het milieu brengen.
De opgenomen larven en de daaruit ontstane volwassen spoelwormen maken zowel in de hond als in een eventuele tussengastheer en trektocht door diverse organen, waarbij schade aan deze weefsels wordt toegebracht wat kan leiden tot ziekteverschijnselen, vooral bij pups. Volwassen honden hebben meestal geen symptomen van wormbesmetting, en omdat de eieren microscopisch klein zijn ziet u aan de ontlasting ook niets. Deze dieren besmetten echter wel de omgeving, wat een risico inhoudt voor jonge honden en de mens. Bij de hond eindigt de trektocht in de darm als volwassen worm, maar bij de tussengastheer, en de mens kan ook als tussengastheer fungeren, blijven de larven steken in de organen en geven vooral bij kinderen de nodige klachten. Volwassen wormen ontstaan dus niet bij de tussengastheer. Een besmetting geeft een griep-achtig ziektebeeld. Het is gebleken dat bij mensen met aanleg voor asthma na besmetting met spoelwormen eerder asthmaklachten ontstaan. Voor meer informatie over spoelwormproblematiek bij de mens: GGDnet Regelmatige en consequente ontworming is dus niet alleen van belang voor de hond, maar ook voor de volksgezondheid. Wij adviseren het volgend ontwormingsschema: Voor de meeste honden en katten is 2x per jaar voldoende. Honden waarmee gefokt worden en dieren die vaak buiten komen of in groepen leven: minimaal 2x per jaar, maar liefst nog vaker. Pups op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken, en daarna 1x per 2 maanden totdat ze een half jaar oud zijn. Daarna tenminste 2x per jaar. Kittens op de leeftijd van 4, 6 en 8 weken, daarna om de 2 maanden tot ze een half jaar zijn, en daarna tenminste 2x per jaar. Zogende teven en poezen moeten tegelijk met hun pups/kittens ontwormd worden, omdat tijdens dracht en melkgift spoelwormlarven weer actief worden, wat leidt tot volwassen wormen bij de teef/poes en besmetting van de pups/kittens. Drachtige dieren kunnen ook ontwormd worden, maar doe dit in overleg met uw dierenarts ivm de keuze van het middel en het tijdstip tijdens de dracht.
In nederland maar ook in het buitenland komen lintwormen erg veel voor bij hond en kat. Deze vrij grote wormen leven in de darm en zijn relatief onschadelijk. De eipaketten van de lintworm zien eruit als rijstekorrels, en deze kruipen actief uit de anus, wat tot jeukklachten aldaar kan leiden. De meest vookomend
lintworm bij honden en katten heeft als tussengastheer de
vlo. De eieren van de lintworm worden opgegeten door
vlooienlarven. Als een hond of kat dan tijdens de
vachtverzorging de besmette vlo oplikt krijgt hij de
lintworm binnen, die in de darmen blijft en uitgroeit tot
een vrij grote worm die veel eieren produceert.
Bestrijding van de lintworm bestaat daarom niet alleen
uit ontwormingsbehandelingen (zie ontwormingsschema
spoelwormen), maar ook uit vlooienbestrijding.
Als
ontwormingschema tegen lintworm geldt dat meestal 2x per
jaar voldoende is, mits de vlooienbestrijding op peil is. In zuidelijke landen, ongeveer vanaf midden Frankrijk (zie kaartje), komt de laatste tijd steeds vaker besmetting voor door de hartworm, genoemd Dirofilaria Immitis. Deze worm wordt overgebracht door bepaalde muskieten die tijdens de bloedmaaltijd larven van de hartworm in het lichaam van de hond brengen. Deze larven groeien na een paar maanden uit tot volwassen wormen van meer dan 20cm lang, welke zich nestelen in het hart en de longslagaders. De volwassen wormen geven daar ernstige problemen, mn. in de longslagaders, maar produceren ook grote aantallen nieuwe larfjes.
Behandeling is ingewikkeld, omdat door therapie afgestorven wormen vanuit het hart in de bloedcirculatie komen, waarna ze vast kunnen lopen in kleinere vaten, wat leidt tot gestoorde bloedvoorziening in de betrokken organen. Verder moet de larven op een andere manier behandeld worden dan de volwassen wormen. Bij de kat kan een andere hartwormsoort een hierop gelijkend ziektebeeld geven. Omdat de therapie moeilijk en meestal met complicaties verloopt is preventie van groot belang. Als u uw hond of kat meeneemt naar een gebied waar de hartworm voorkomt is een behandeling aan te raden met een middel wat alle door muskietensteken ingebrachte hartwormlarfjes gelijk doodt, want ook al gebruikt u uitwendige bestrijdingsmiddelen, een muskietensteek is nooit helemaal te voorkomen. Middelen die
hiervoor geschikt zijn zijn Stronghold en Milbemax
Beide middelen doden
eventuele hartwormlarven, maar werken ook tegen
spoelwormen. Ze werken niet
tegen teken, welke ook en vooral in het buitenland voor
de hond gevaarlijke ziekten over kunnen brengen.(zie
tekeninformatie) Als u ook
tegen teken wilt beschermen raden wij aan een combinatie
te gebruiken: Stronghold of Program Plus(tegen vlooien
en alle wormen)+ Scalibor (tekenband) OF :
Frontline of Defendog(tegen vlooien en teken) + Milbemax
(alle wormen)
De vossenlintworm is een lintworm die in veel delen van de wereld voorkomt. In Nederland komt deze worm voor in Zuid Limburg en Groningen, maar hij komt veel vaker voor in omringende landen zoals Duitsland, Belgie, Frankrijk en Polen. Honden en katten kunnen besmet worden als ze besmette knaagdieren vangen en opeten, of als ze besmet rauw (rund- of varkens-) vlees eten. De besmetting geeft weinig klachten, eventueel wat diarree, maar het risico zit hem in het gezondheidsrisico voor mensen! De ontlasting van een besmette hond of kat bevat namelijk (veel) lintwormeieren die een zeer ernstig ziektebeeld bij mensen kan veroorzaken. Het advies voor preventie
van deze ziekte is dezelfde als bij hartworm.
Andere wormsoorten, zoals de haakworm en de zweepworm komen vrij weinig voor in Nederland. |